Pepelen
← Dutch from zero to A1

A1

Lesson 3. Hoe woon je? Home, rooms, and furniture

I can describe my home: which rooms there are, what's in them, which floor it's on; ask about an apartment (Is er een balkon?); and write a short listing.

1 / 18

My home: er is, er zijn

My home: er is, er zijn

To describe a house or an apartment — how many rooms, what's there, which floor — you need a few set phrases. “There is / there are”: er is for one thing, er zijn for several, as in English. Er is een grote keuken. Er zijn vier kamers. Question: Is er een kast? Zijn er veel kamers? Negative with geen: Er is geen bed. Floors: Dutch counts from de begane grond (street level), which a US building calls the first floor; op de eerste verdieping is the US second floor, op de tweede the third. The table is next to this text. A compound word takes the article of its last part: de kamer — de slaapkamer, de woonkamer, de badkamer; de kast — de koelkast. de bank here is a sofa. het huis — house, het appartement — apartment, de flat — apartment building (a word to recognize, not to use yet). Common mistakes: • ×Er is drie bedden → Er zijn drie bedden. • ×het slaapkamer → de slaapkamer. • ×Daar is een balkon (meaning “there is”) → Er is een balkon. • ×Ik woon op de eerste verdieping (meaning the US first floor) → op de begane grond.
Floors

Dutch floors start from the begane grond: the US first floor is the begane grond, the US second floor is de eerste verdieping.

In DutchIn English
de begane grondfirst floor
de eerste verdiepingsecond floor
de tweede verdiepingthird floor
de derde verdiepingfourth floor
Lesson notes
My home: er is, er zijn
To describe a house or an apartment — how many rooms, what's there, which floor — you need a few set phrases. “There is / there are”: er is for one thing, er zijn for several, as in English. Er is een grote keuken. Er zijn vier kamers. Question: Is er een kast? Zijn er veel kamers? Negative with geen: Er is geen bed. Floors: Dutch counts from de begane grond (street level), which a US building calls the first floor; op de eerste verdieping is the US second floor, op de tweede the third. The table is next to this text. A compound word takes the article of its last part: de kamer — de slaapkamer, de woonkamer, de badkamer; de kast — de koelkast. de bank here is a sofa. het huis — house, het appartement — apartment, de flat — apartment building (a word to recognize, not to use yet). Common mistakes: • ×Er is drie bedden → Er zijn drie bedden. • ×het slaapkamer → de slaapkamer. • ×Daar is een balkon (meaning “there is”) → Er is een balkon. • ×Ik woon op de eerste verdieping (meaning the US first floor) → op de begane grond.